Megaera Erinyes
Tiefling Warlock
Tiva Shocrael
Wood Elf Druid
Primus Meus Valeon
Human Bard
Borat Blackheart
Dwarf Paladin
Pica Pica
Halfling Rogue
Na het einde van de Campaign Chronicles of Faerûn brak een nieuw hoofdstuk aan. De overstap naar Tyranny of Dragons voelde als een natuurlijke opvolging. Het was niet alleen een nieuw avontuur, maar ook een moment van verandering binnen de groep. Eén speler stopte, terwijl een nieuwe deelnemer zich aansloot. Zoals vaker in Dungeons & Dragons groeide en veranderde de party mee met het verhaal.
Voor de Dungeon Master was de keuze voor deze campaign vrij duidelijk. Van alle beschikbare avonturen sprak juist dit epische verhaal het meeste aan. Het idee van een groots plot, waarin de dreiging van draken en culten langzaam tot een wereldwijde crisis uitgroeit, paste goed bij de groep en bij de wens om een groter, samenhangend verhaal te spelen.
De start van deze campaign werd vooral gekenmerkt door enthousiasme. Het plezier zat niet alleen in het leiden van het verhaal, maar ook in het zelf ontdekken wat er allemaal zou gebeuren. Waar eerdere campagnes draaiden om leren en experimenteren, voelde dit als het begin van een uitdagender fase. Tegelijk bleek al snel dat een volledige, omvangrijke campaign ook nieuwe moeilijkheden met zich meebracht.
Een van de grootste uitdagingen lag in de schaal. Het aantal locaties, personages en verhaallijnen is aanzienlijk groter dan in eerdere avonturen. Namen onthouden, overzicht houden en het tempo bewaken vraagt voortdurend aandacht. Soms ontstaat het gevoel dat de groep lang op één plek blijft hangen zonder duidelijke vooruitgang. Toch hoort juist dat bij een verhaal van deze omvang.
De sfeer binnen de groep is een mix van serieus spel en luchtige momenten. Spelers zijn betrokken bij het verhaal, nieuwsgierig naar waar het heen leidt, en tegelijkertijd is er ruimte voor humor en spontane interactie. Dat evenwicht zorgt ervoor dat de campaign levendig blijft, ondanks de complexiteit van het plot.
Omdat het avontuur nog in volle gang is, is er niet één specifiek moment dat eruit springt. Er gebeurt veel in korte tijd en de indrukken stapelen zich snel op. Dat voortdurende gevoel van beweging en ontwikkeling is misschien juist wat deze campaign typeert.
Binnen de DM-reis markeert Tyranny of Dragons geen eindpunt, maar een duidelijke groeifase. Het is een uitdaging waarin eerder opgedane ervaring samenkomt. Tegelijk biedt het ruimte om verder te ontwikkelen als verteller, organisator en begeleider van een groep spelers.
Deze campaign staat daarmee voor een periode van verdieping. Niet langer de eerste stappen of experimenten, maar het actief aangaan van een groot en ambitieus verhaal, samen met een groep die nieuwsgierig blijft naar wat er nog komen gaat.
Startdatum: Augustus 2025
Einde: Currently Running
Start Locatie: Greenest, Fearûn
Level start: 1
Men vertelt dat hun paden samenkwamen bij een wachttoren aan de rand van de Greenfields. Zij waren vreemden voor elkaar, reizigers met uiteenlopende redenen om noordwaarts te trekken, maar allen met dezelfde bestemming: het stadje Greenest.
De wachters ondervroegen hen één voor één, zoals gebruikelijk in onzekere tijden. Namen werden genoemd, herkomsten uitgesproken, doelen omschreven. Wat begon als routine werd abrupt verstoord toen kobolds uit de struiken stormden.
Wie erbij was, spreekt van een kort maar fel treffen. Staal trof schubben, pijlen zochten hun doel in het halflicht tussen gras en stof. Zij vochten zij aan zij, niet uit kameraadschap maar uit noodzaak. Toch bleek die noodzaak voldoende om de vijand te breken.
De wachters toonden zich dankbaar en boden onderdak voor de nacht. Sommigen zeggen dat het bij dat kampvuur voor het eerst duidelijk werd dat hun reis geen toeval was. Allen waren zij onderweg naar Greenest.
De volgende dag zagen zij rook aan de horizon. Toen zij dichterbij kwamen, werd zichtbaar wat de rook verborg: de stad stond in brand. Huizen smeulden, mensen renden in paniek door de straten, en hoog boven alles cirkelde een blauwe draak die bliksemschichten naar beneden slingerde alsof het onweer zelf gehoorzaamde aan zijn wil.
Te midden van die chaos begaf Primus zich richting de watermolen, gedreven door herinneringen aan hen die hem ooit hadden opgevangen. Daar bleek al snel dat niet elke brand was wat zij leek. Cultisten en kobolds kwamen tevoorschijn uit schaduwen en deuropeningen, een val zorgvuldig voorbereid.
Toch werd de groep niet overweldigd. Volgens de verhalen was het Megaera die met scherpe woorden en overtuiging twijfel zaaide bij hun tegenstanders. Voor een kort moment geloofden de cultisten dat zij bondgenoten voor zich hadden. Dat moment was voldoende om te ontsnappen.
Zo trokken zij verder de brandende stad in, niet wetend of zij op zoek waren naar een schuilplaats, antwoorden, of het begin van iets dat groter was dan zijzelf.
Men zegt dat zij zich met moeite losmaakten van de vijanden bij de watermolen. Door smalle straten waar vuur en rook elk zicht beperkten, baanden zij zich een weg tussen ingestorte balken en schreeuwende stemmen.
Onderweg troffen zij een gezin in doodsnood. Linan Swift, haar man en hun kinderen stonden omsingeld door kobolds die geen genade kenden. Wie het zag, beweert dat de tussenkomst van de groep het verschil maakte tussen leven en dood. De kobolds werden verdreven, en het gezin bereikte levend de muren van de keep.
Binnen de keep heerste georganiseerde wanorde. Gewonden lagen op geïmproviseerde brancards, vluchtelingen zochten dekking tegen de muren, en bevelen klonken over elkaar heen. Daar ontmoetten zij Governor Nighthill, wiens vermoeidheid niet verhulde dat hij vastbesloten bleef. Aan zijn zijde stond Castellan Escobert de Rode, dwerg en kapitein van de wacht, die sprak met de ernst van iemand die wist hoe dun de grens was tussen verdediging en ondergang.
Er werd een plan gesmeed. Een oude tunnel, verborgen in de kelder van de keep, leidde naar de rivier buiten de muren. Via die weg konden zij ongezien naar buiten trekken en burgers in nood helpen.
Vanaf de muren hadden zij eerder een jongetje gezien dat dreigend werd vastgehouden door cultisten. Zijn lot werd het eerste doel.
Met het gewicht van de stad op hun schouders daalden zij af in de duisternis van de tunnel.
Volgens degenen die erbij waren, kwamen zij via de geheime doorgang uit bij de rivier en zagen zij aan de overzijde een huis waarin een jongetje opgesloten zat. Het open veld dat hen scheidde, werd verlicht door de gloed van brandende daken. Dekking was er nauwelijks.
Pica Pica nam het risico op zich. Terwijl zij het veld overstak, hielden de anderen de randen in het oog. Het duurde niet lang voordat kobolds opdoken uit schaduwen die eerder leeg hadden geleken. Wat begon met enkelen, groeide uit tot een gevecht dat bedoeld was om tijd te winnen.
Binnen het huis trof Pica twee doodsbange kinderen aan. Nog voordat zij hen naar buiten kon leiden, werden fakkels tegen het rieten dak geworpen. Het vuur greep snel om zich heen. De hitte werd verstikkend. Wie het later vertelde, sprak van instortende balken en vonken die als vurige regen naar beneden vielen.
Toch bereikten zij het open veld levend. Via de rivier en de tunnel keerden zij terug naar de keep, waar de strijd nog niet was beslecht.
Bij de poort dreigde de verdediging te bezwijken. De groep nam positie op de muren en bediende een ballista. Met donderende slagen werden zware bouten afgevuurd op oprukkende cultisten en kobolds. Hun tussenkomst gaf de verdedigers kostbare ademruimte.
Men zegt dat die dag de poort standhield dankzij hun inzet. Maar men zegt ook dat Greenest daarmee niet gered was, slechts uitgesteld.
Men vertelt dat het gevecht bij de poort uiteindelijk werd gewonnen, maar niet zonder offers. Terwijl de laatste kobolds werden verdreven en de zware deuren met vereende kracht weer werden gesloten, voltrok zich buiten de muren een verlies dat niet onmiddellijk werd opgemerkt.
In de chaos van strijd en rook ging Tiva ten val. Nog voordat haar metgezellen zich een weg naar haar konden banen, werd zij door kobolds van het slagveld gesleept. Wie het zag, herinnert zich slechts schimmen in het donker en een lichaam dat verdween tussen vijandelijke voeten.
Binnen de keep viel een moeizame stilte. De nacht bracht geen rust, slechts uitputting. Men fluistert dat sommigen zich afvroegen of zij haar ooit terug zouden zien.
Kort voor dageraad werd de stilte opnieuw doorbroken. Een halfdraak verscheen voor de muren, omringd door kobolds. In hun greep bevond zich een vrouw en haar kinderen, een mes dreigend tegen hun keel gedrukt.
Langdedrosa Cyanwrath eiste een duel. Eén tegen één. De sterkste verdediger van Greenest tegen hem.
Zonder aarzeling trad Borat naar voren. Het duel dat volgde was kort en bruut. Cyanwrath vocht niet slechts om te winnen, maar om te demonstreren. Hij overweldigde de dwerg met kracht en precisie, en liet hem zwaar gewond achter op de grond.
Wat daarna gebeurde, wordt nog altijd fluisterend verteld. Zodra de halfdraak zijn overwinning veilig wist, keerden de kobolds zich tegen hun gijzelaars. De vrouw en haar kinderen werden ter plekke gedood. Het was geen daad uit noodzaak, maar uit wreedheid.
Bij het eerste licht riep Governor Nighthill de groep bijeen. De aanval was afgeslagen, maar vragen bleven. Wat zochten de cultisten? Waarom Greenest?
Hij vroeg hen het kamp van de plunderaars te volgen en te ontdekken wat er werkelijk gaande was.
Zo begon hun jacht op de Cultus van de Draak.
Men vertelt dat de cult een hinderlaag had voorbereid. In een smalle doorgang, waar rotsen steil omhoog rezen, begon de val. Stenen rolden naar beneden, stof vulde de lucht, en het pad werd een slagveld.
Pica had zich in een boom verschanst en zag de aanval aankomen nog voordat de eerste rots viel. Aan de andere kant van het pad werd Tiva aangetroffen, vastgebonden achter een boom. Hoe zij daar precies terecht was gekomen, blijft voor haarzelf een waas.
De strijd was fel en zonder ruimte voor twijfel. Dragonclaws vochten met fanatieke overtuiging, en de groep moest elke meter bevechten. Toch vielen de tegenstanders één voor één.
Tussen de lichamen werden mantels gevonden: zwart, met een vijfkoppige draak geborduurd in roodgoud draad. Zij namen ze mee, niet uit trots, maar uit vooruitziendheid.
Uitgeput maar standvastig trokken zij verder. In de verte lag de vallei waar het kamp zich bevond.
Halverwege de ochtend bereikten zij het kamp. De vallei was gevuld met rook, geroep en het geluid van honderden stemmen. Cultisten, kobolds en huurlingen verzamelden zich rond buit die uit Greenest was meegenomen.
Zonder veel moeite meldden zij zich als nieuwelingen binnen de cult. Het was Megaera die vijf goudstukken betaalde voor een tent dicht bij de gevangenen. Borat en Primus namen hun plaats hoger in het kamp, tussen jagers en huurlingen.
Zo werd de groep onbedoeld gesplitst.
Tiva, in de gedaante van een rat, sloop tussen tenten door. Haar doel was Leosin, de monnik die gevangen werd gehouden. Toen zij hem probeerde te bevrijden met magie, trok dat onmiddellijk aandacht.
Dragonclaws stormden toe. Wat begon als een poging tot stille bevrijding werd een open gevecht. Pica sprong uit een boom de strijd in, Megaera sloot zich bij haar aan. Zij vochten fel, maar werden gedwongen zich terug te trekken.
Tiva werd overmeesterd en naar de grote tent van Frulam Mondath gebracht.
Men zegt dat de stilte die daarna over het kamp viel zwaarder woog dan het gevecht zelf.
Volgens de verhalen keerden zij in de namiddag terug naar Greenest. Leosin werd ondersteund, zijn lichaam verzwakt maar zijn wil ongebroken.
Zij bezochten eerst de molen. Edalon, die Primus ooit had opgevangen, sloot hem zonder woorden in haar armen. Freek keek toe met een mengeling van opluchting en ongeloof. De kinderen fluisterden dat Primus nu een held was, alsof zij hem voor het eerst zagen.
Op het plein sprak een oudere vrouw Borat aan. Zij overhandigde hem een klein pakketje en sprak woorden die door niemand anders werden gehoord. Wie dichtbij stond, zegt dat hij even verstijfde, maar daarna knikte met de waardigheid die dwergen eigen is wanneer plicht zwaarder weegt dan pijn.
Bij Governor Nighthill brachten zij verslag uit. Leiders binnen de cult. Drakeneieren. Georganiseerde plundertochten. De naam Frulam Mondath.
De gouverneur werd bleker naarmate het verhaal vorderde.
Later die avond bezochten zij de herberg, het enige gebouw dat ongeschonden was gebleven. De herbergier ontving hen vriendelijk, maar wie hem observeerde, zag nervositeit in zijn blik.
Ook de boekhandel werd bezocht. Het boek “De Vijf Bekroningen van Tiamat” bleek verkocht te zijn. De prijs voor teruggave was hoog, tenzij men een zeldzaam kookboek uit Baldur’s Gate kon leveren.
Men krijgt de indruk dat Greenest na de aanval niet tot rust kwam. De rook was verdwenen, maar de dreiging bleef. Wat begonnen was als een plundertocht, leek deel van iets veel groters.
Men vertelt dat zij de Dragon Hatchery betraden met de vastberadenheid van hen die weten dat terugkeren zonder antwoorden geen optie meer is. De afdaling was benauwd. De lucht werd zwaarder naarmate zij dieper kwamen, alsof de aarde zelf weerstand bood tegen hun aanwezigheid.
Al vroeg in hun tocht werd Tiva getroffen door de bedompte dampen die opstegen uit het gebied waar troglodytes zich ophielden. Haar ademhaling werd zwaar, haar blik troebel. Volgens degenen die erbij waren, was het alsof haar lichaam protesteerde tegen wat hier werd uitgebroed. Toch zette zij door.
Zij trokken langs de meat locker, waar rauw vlees hing te rijpen in de kilte. De stank was doordringend, bijna tastbaar. Toch besloten zij dit gebied niet verder te onderzoeken. Hun doel lag dieper.
In de Drake Nursery brak het zwaarste gevecht van hun tocht los. Kobolds kwamen in aantallen die nauwelijks te overzien waren, en zelfs drie guard drakes wierpen zich op hen met woeste kracht. Het was een strijd die niet draaide om elegantie maar om uithoudingsvermogen.
Toen de laatste vijand viel, waren hun lichamen uitgeput. Het besef drong door dat verder trekken onverstandig was. Zij rustten daar, tussen schubben en bloed, op een plek die nooit werkelijk veilig kon zijn.
Het eerste deel van de wacht verliep stil. Alleen het gedruppel van water en het zachte schuren van steen begeleidden hun slaap. Tijdens het tweede deel nam Pica de wacht over.
Wat daarna gebeurde, kwam snel en zonder waarschuwing. Twee winged kobolds daalden neer als schaduwen met vleugels. Pica werd geraakt voordat zij volledig kon reageren. Zij viel bewusteloos in het halflicht van de grot.
Tiva, nog verzwakt, kwam langzaam bij kennis. Met moeite probeerde zij Pica te helpen, haar handen trillend maar vastberaden. Uiteindelijk werd de groep gewekt en werd het gevaar bezworen. Toch bleef het gevoel hangen dat de hatchery hen niet ongestraft zou laten vertrekken.
Men vertelt dat de nacht in de Drake Nursery weinig herstel bracht. De lucht bleef zwaar, de stilte gespannen. Tiva bracht Pica weer op de been, haar zorgzaam maar doelgericht ondersteunend.
Zij besloten de hatchery tijdelijk te verlaten om buiten hun krachten volledig te herstellen. Onder open hemel, ver weg van de bedompte gangen, herwonnen zij hun vastberadenheid.
Bij terugkeer was hun aanpak veranderd. Wat eerder voorzichtigheid was geweest, maakte plaats voor doelgericht optreden.
In de Treasure Storage werd een confrontatie onvermijdelijk toen een dronken cultist hun aanwezigheid ontdekte. Wat als stille eliminatie had kunnen eindigen, groeide uit tot open strijd.
In de Guard Barracks werd het verzet definitief gebroken. Tegenstanders vielen één voor één. Enkelen vluchtten, hun angst hoorbaar in hun stemmen terwijl zij richting de chamber van Frulam Mondath renden.
Daar stond zij. Beschermd door overgebleven volgelingen, haar houding beheerst. Zij vocht niet wild, maar dirigeerde. Haar stem leidde, corrigeerde en spoorde aan.
De cultisten vielen. De chamber werd een plaats van staal en echo’s.
Wat daar begon, was geen schermutseling meer. Het was een directe aanval op het hart van de hatchery.
Men vertelt dat zij Frulam geen moment gunden. Bijna blind sprongen zij door het kleed achter in haar chamber, zonder te weten wat hen aan de andere zijde wachtte. Aan de overkant lag de Dragon Shrine. De ruimte was ruimer, de lucht dikker, alsof zij dichter bij iets oud en onheilspellends stonden.
Langdedrosa Cyanwrath draaide zich om toen zij binnenstormden. Zijn houding was kalm, bijna nieuwsgierig. Naast hem stonden een cultist en een berserker, beiden klaar om te vechten. Frulam verscheen kort achter hen, haar blik scherp. Cyanwrath sprak met een toon die zowel spottend als oprecht klonk. Hij merkte op dat Borat het had overleefd en dat hij niet wist of hij daar teleurgesteld of tevreden over moest zijn.
Er kwam geen duel. Geen ritueel eerbetoon. De strijd brak los. De berserker wierp zich naar voren met brute kracht, terwijl de cultist positie zocht tussen de zuilen. Cyanwrath bewoog doelgericht, zijn aanvallen krachtig en berekend.Frulam zag hoe de balans zich ontwikkelde en koos niet voor een laatste stand. Terwijl staal botste en spreuken de ruimte verlichtten, trok zij zich terug — niet om te vechten, maar om te waarschuwen.
De focus verschoof volledig naar de halfdraak. Borat zocht hem opnieuw op, maar Cyanwrath was voorbereid. Hun wapens ontmoetten elkaar met een klank die tegen de rotswanden weerkaatste. Slagen volgden elkaar snel op. Toen de linie brak, zag Cyanwrath zijn kans.Met een neerwaartse slag werd Borat getroffen. Hij viel zwaar op de stenen vloer van de Shrine.Wie het hoorde, zegt dat het geluid van zijn harnas nog lang nadreunde.
Cyanwrath week niet. Hij bleef staan waar Borat lag. De berserker en de cultist vochten door, vastbesloten tijd te winnen. Er was geen stilte. Alleen het besef dat één van hen nu tussen leven en dood lag. En terwijl het gevecht voortduurde, bleef de uitkomst onzeker.
De strijd in de Dragon Hatchery escaleerde snel toen Langedrosa Cyanwrath een zware aanval van Megaera te verduren kreeg. Zijn reactie was onmiddellijk en meedogenloos. Hij koos haar als doelwit en week daar niet meer van af.Borat lag al neer toen Cyanwrath zijn volledige kracht op de tiefling richtte. Keer op keer werd Megaera getroffen en tegen de grond geslagen. Het gevecht veranderde in een uitputtingsslag waarin overleven belangrijker werd dan strategie.
Tiva verbruikte haar kracht zonder terughoudendheid om Megaera overeind te houden. Spreuk na spreuk vloeide weg in een poging het front niet te laten instorten. Pica hield zich tijdens de chaos bezig met een kist, een riskante keuze midden in het gevecht.Cyanwrath vocht als een kampioen van de Cult: gefocust, dominant en vastberaden om zijn tegenstander te breken. Maar Borat stond opnieuw op.
Met hernieuwde kracht haalde hij vernietigend uit. De klap was beslissend. Langedrosa Cyanwrath viel – ditmaal definitief. Frulam Mondath had het gevecht gadegeslagen. Toen duidelijk werd dat de uitkomst niet meer te keren was, koos zij voor overleving. Ze vluchtte de diepte van de grot in en wist te ontsnappen.
Dieper in de hatchery stuitte de groep vervolgens op een nieuwe dreiging: een roper die zich tussen de rotsen verschool. De aanblik alleen al was voldoende om hen tot terugtrekking te dwingen. Ze verlieten de grot en trokken zich terug in het bos om te herstellen. Vier kobolds volgden hen in de nacht, maar hun poging om tijdens de rust spullen te stelen mislukte. De spanning werd hen te groot en zij vluchtten.
Cyanwrath is dood, Frulam leeft, de eieren liggen nog in de diepte en de hatchery is nog niet gevallen.
De volgende stap ligt bij hen.
Na een nacht rust buiten de grot keerde de groep terug naar de Dragon Hatchery om de drakeneieren veilig te stellen. Toen ze dichter bij de eierkamer kwamen, hoorden ze een stem. Een dwerg, Turir Coincloak, bleek gevangen te zitten in de tentakels van de roper en probeerde het monster ervan te overtuigen hem los te laten door eten te beloven. Turir vertelde dat hij de twee guard drakes in de hatchery al had gedood.
In plaats van het monster direct aan te vallen gebruikte Primus Hideous Laughter om de roper af te leiden, waardoor Turir zich kon losmaken. Daarna lokte de groep het monster weg met vlees zodat ze veilig bij de eieren konden komen.
Het meenemen van de eieren bleek moeilijker dan verwacht: elk ei woog ongeveer vijfenzeventig kilo. Turir gebruikte een metalen hek als geïmproviseerde slee terwijl de groep de eieren richting de trap probeerde te krijgen. Bij het eerste ei ging het mis. Het rolde naar beneden, verwondde Borat en Tiva, en brak tegen een rots. Binnenin bleek een bijna uitgekomen zwart draakje te zitten, dat door de val volledig was verpletterd.
De twee andere eieren wisten ze met grote moeite wel uit de grot te krijgen. Tijdens de zoektocht vond Pica bovendien een glinsterende steen waarvan nog niet duidelijk is wat het precies is.
De groep besloot eerst terug te keren naar Greenest voordat ze verder zouden reizen naar Elturel. Bij aankomst werden ze echter tegengehouden door twee ruiters die niet toestonden dat de eieren de stad binnen werden gebracht. De eieren werden daarom buiten de muren achtergelaten onder bewaking.
Binnen de stad sprak de groep opnieuw met Tarbaw Nighthill, die hen nogmaals aanspoorde de cult naar het noorden te volgen. Terwijl ze daarna een smid wilden zoeken om Borats beschadigde harnas te laten repareren, werden ze bij de poort van de keep aangevallen door twee mannen die de eieren opeisten. Na een zwaar gevecht werd één van hen gedood en gaf de ander zich over. Wachters namen hem mee voor verhoor.
De twee drakeneieren liggen voorlopig nog buiten Greenest, bewaakt door de ruiters, terwijl de groep hun laatste voorbereidingen treft voordat ze naar Elturel vertrekken.
Na het gevecht bij de poorten van de keep in Greenest richtte de groep zich eerst op herstel en voorbereiding. Het harnas van Borat werd gerepareerd door Ferrin Durmas van Ferron’s Forge, terwijl Urza een nieuw mes aanschafte. Primus gaf bij Marius Telwin opdracht om laarzen te maken van de staart van Cyanwrath, een klus die met opvallend enthousiasme werd aangenomen.
De volgende ochtend bleek één van de drakeneieren buiten de stad verdwenen. Turir Coincloak had het ei meegenomen en was spoorloos. Met het laatste ei in hun bezit besloot de groep verder te reizen richting Elturel. Via de rivier de Chionthar verliep de reis snel en zonder incidenten.
Bij aankomst maakte de stad direct indruk. Boven de stad hing de Companion als een tweede zon, terwijl de drukte van karavanen en reizigers duidelijk maakte dat Elturel een belangrijk knooppunt is. Een jonge straatjongen bood zich direct aan als gids, al was zijn interesse duidelijk meer gericht op het goudstuk dan op het werk.
De groep koos ervoor eerst informatie te verzamelen in een bibliotheek. Borat vond een boek over draken, Pica onderzocht haar mysterieuze steen — wat bijna tot hun verwijdering leidde — en Megaera zocht naar kennis over Zariel.
Na hun vertrek werden ze opgewacht door Theodoor Angelpus, die hen naar een privéruimte bracht waar Ontharr Frume en Leosin Erlanthar hen opwachtten. Daar werd duidelijk dat de dreiging van de cult groter is dan gedacht. De groep kreeg het aanbod zich aan te sluiten bij de Harpers of de Order of the Gauntlet, een keuze waar ze nog over nadenken.
De avond eindigde in een lichtere sfeer. Tijdens een drankspel werd er gelachen en gefeest, waarna Tiva besloot deel te nemen aan een paardenrace. Dat liep niet zoals gepland. Ze viel van haar paard en belandde midden in de mest, maar gaf niet op en klom opnieuw in het zadel. Het paard had echter andere plannen en stopte niet bij de finish, waardoor Tiva — volledig onder de mest — door de straten van Elturel werd meegesleept, tot groot vermaak van de omstanders.
De groep bevindt zich nu in Elturel, met nieuwe contacten, nieuwe keuzes en een spoor dat verder naar het noorden leidt.
In Elturel verspreidde de groep zich na hun aankomst om hun eigen doelen na te jagen. Ontharr Frume nam de tijd om hen beter te leren kennen en sprak afzonderlijk met enkelen van hen.
Terwijl Borat en Pica op onderzoek uitgingen in de stad, ontdekten zij dat er geen opvallende karavanen vanuit Elturel vertrokken. Als de cult goederen vervoerde, gebeurde dat zonder zichtbare sporen. Reizen over land leek weinig op te leveren; de aandacht verschoof naar de rivier. Passage naar Baldur’s Gate bleek echter kostbaar, tot zij een schipper vonden die een goedkopere overtocht aanbood in ruil voor hulp aan boord. Zo kwamen zij terecht bij Sven en zijn schip.
Elders zochten Tiva en Megaera rust in een badhuis. Wat begon als ontspanning kreeg voor Megaera een andere lading. In een moment dat moeilijk te plaatsen was — droom of visioen — verscheen een gestalte die zij niet volledig kon bevatten, maar die reageerde op haar aanwezigheid. De boodschap was kort en onheilspellend: een keuze moest worden gemaakt, en het ei speelde daarin een rol. Daarnaast ving zij flarden op van gesprekken over een ongewoon aantal wachters, alsof er iets werd voorbereid.
Primus, die aanvankelijk zonder duidelijke richting zat, vond zijn eigen invulling op het plein van de stad. Samen met een straatmuzikant speelde hij voor het publiek en verdiende daarmee wat munt, voordat hij zich weer bij de anderen voegde.
Toen de groep zich opnieuw verzamelde, werd hun volgende stap bevestigd. De kaart uit de hatchery had zijn waarde bewezen: Ontharr maakte duidelijk dat het onderscheppen van de stroom aan buit prioriteit had. Dat spoor leidde onvermijdelijk naar Baldur’s Gate.
Bij terugkeer naar de stadsmuren bleek echter dat het probleem van de drakeneieren nog niet was opgelost — het was verergerd. Het overgebleven ei was verdwenen. Waar Ontharr het had willen veiligstellen, bleek iemand hen voor te zijn geweest. Zijn conclusie was eenvoudig en verontrustend: de groep werd gevolgd.
Kort daarna vertrokken zij over de rivier de Chionthar. De eerste dagen verliepen rustig, alsof de dreiging slechts een vermoeden was. Tot die stilte werd doorbroken. Vanaf de oever werden pijlen op het schip afgevuurd door onbekende aanvallers. Het gevecht bleef kort en afstandelijk; de tegenstanders trokken zich terug zodra duidelijk werd dat zij het schip niet konden stoppen.
Het was geen poging tot vernietiging, maar tot verstoring.
Het vermoeden van Ontharr kreeg daarmee gewicht. Iemand hield hen in de gaten. Iemand wist waar zij waren.
Toch bleef het schip koers houden. De rivier voerde hen verder richting Baldur’s Gate, met de zekerheid dat zij voor lagen op hun achtervolgers — maar niet buiten hun bereik.
De jacht was begonnen.
Na de reis over de rivier arriveerde de groep in Baldur’s Gate. De drukte van de haven, de hoge muren en de constante stroom van handel en mensen maakten direct indruk. Voor sommigen was het de eerste keer in de stad, en al snel werd duidelijk dat dit geen plek is waar je onopgemerkt beweegt.
In de chaos van de docks raakte de groep vrijwel direct Borat en Tiva kwijt. In plaats van hen te zoeken, besloot de rest van de groep door te gaan, vertrouwend dat zij zichzelf wel zouden redden. Kort daarna zagen zij Turir Coincloak, die hen zonder veel uitleg meenam naar een drukke herberg vol handelaren en reizigers.
In de herberg leerden ze dat voorzichtigheid geboden is; hun aanwezigheid viel op. Uit gesprekken en observaties bleek bovendien dat er momenteel opvallend veel verkeer richting het noorden trekt, terwijl de stroom naar het zuiden aanzienlijk kleiner is. Een subtiel teken dat er iets gaande is buiten het zicht van de meeste mensen.
Wat volgde was minder subtiel.
Pica richtte zich op een van de aanwezige handelaren en wist hem te bestelen, maar kon hem daarna niet nogmaals benaderen zonder argwaan te wekken. Samen met Megaera besloot ze hem te volgen toen hij de herberg verliet. Megaera probeerde aanvankelijk het vertrouwen van de man te winnen door zich bij hem aan te sluiten, maar de handelaar bleef wantrouwig en wees haar af.
Niet lang daarna verdween de man uit het zicht van de menigte — althans, dat dacht hij.
Met behulp van magie maakten Pica en Megaera zichzelf onzichtbaar en volgden hem ongezien door de haven. Op een moment dat hij zich veilig waande en niemand hem leek te zien, grepen zij hun kans. De handelaar werd het water in gewerkt en, terwijl hij zich probeerde te herstellen, ontdeden zij hem snel van zijn bezittingen.
Tussen zijn spullen vonden zij een sleutel.
Wat deze sleutel opent of waarom juist dit voorwerp zo belangrijk leek, bleef onduidelijk. Maar het moment zelf liet weinig ruimte voor twijfel: dit was geen toeval, maar een keuze — en mogelijk het begin van iets groters.
Na deze gebeurtenis keerde de groep terug en zocht rust. De stad lag nog grotendeels voor hen open, maar hun eerste stappen in Baldur’s Gate waren allesbehalve onschuldig geweest.
De nacht viel over de haven, maar de beweging richting het noorden hield niet op.
De ochtend in Baldur’s Gate begon stiller dan verwacht. De groep verbleef nog steeds in de Elfsong Tavern, maar de samenstelling was veranderd. Pica was verdwenen zonder afscheid in persoon achter te laten, Borat was nog altijd spoorloos en de sfeer in de herberg voelde zwaarder dan de avond ervoor.
Megaera en Primus zaten beneden in de herberg toen Tiva uiteindelijk terugkeerde na haar omzwervingen door de stad. Terwijl zij haar ervaringen uitwisselden en de gebeurtenissen van de afgelopen dag bespraken, verscheen ook Turir opnieuw. Zonder veel woorden overhandigde hij een brief van Pica aan de aanwezigen.
De brief werd aandachtig gelezen, maar het moment van rust duurde niet lang.
Een onbekende man wist met een snelle beweging de brief uit handen te krijgen. Megaera reageerde direct en griste het document terug voordat hij er goed mee kon verdwijnen. Het werd duidelijk dat de man had meegeluisterd naar hun gesprekken over Pica’s vertrek. Toen de groep naar buiten ging om te kijken of Pica nog in de buurt was, bleek zij al verdwenen te zijn. Er bleef geen enkel spoor achter.
Bij terugkomst in de herberg troffen zij dezelfde man opnieuw aan, ditmaal naast een blonde vrouw omringd door een indrukwekkende hoeveelheid wapens. De man probeerde zich nadrukkelijk aan haar op te dringen, tot zichtbaar ongemak van de aanwezigen. Megaera, Primus en Tiva grepen in en stuurden hem weg.
De vrouw stelde zichzelf voor als Kaelisha Strongblade.
Ondanks haar rustige houding was direct duidelijk dat zij zichzelf uitstekend kon verdedigen. Tijdens het gesprek verschoof het onderwerp al snel naar draken, vreemde bewegingen richting het noorden en geruchten die zich verspreidden langs de handelsroutes. Kaelisha vertelde over haar fascinatie voor dragons en de vreemde patronen die zij de laatste tijd had opgemerkt. Wat eerst losse verhalen leken, begon steeds meer te voelen als onderdeel van iets groters. Niet lang daarna vroeg zij of zij zich bij de groep mocht aansluiten.
De avond eindigde kort daarna toen de herbergier de lampen doofde en iedereen zich terugtrok voor de nacht.
De volgende ochtend ging de groep op zoek naar Ackyn Selebon. Hoewel hij hen ontving, bleef hij zichtbaar gespannen. Vooral zodra de naam van de Cult of the Dragon viel, werd hij nerveus en voorzichtig met zijn woorden. Toch beloofde hij hulp. Hij zou proberen een handelaar te regelen die de groep als bewakers mee naar het noorden kon nemen.
Maar voordat het gesprek goed afgerond kon worden, verscheen een paniekerige man die schreeuwend hulp vroeg. Zijn boot werd geplunderd in de haven. Primus, Tiva en Kaelisha aarzelden niet en zetten direct de achtervolging in. Megaera bleef nog kort achter om Ackyn te zoeken, maar de man bleek spoorloos verdwenen.
In de donkere haven troffen de anderen drie cultleden aan bij een wagen die naast een schip stond opgesteld. Het tafereel voelde direct verkeerd. Paarden en wagens waren op deze plek ongebruikelijk, zeker zo vroeg in de ochtend en onder zulke geheimzinnige omstandigheden.
Kaelisha handelde onmiddellijk en probeerde het touw door te slaan waarmee het paard vastzat, vermoedelijk om te voorkomen dat de wagen kon ontsnappen. Haar slag bleek echter niet krachtig genoeg.
De cultleden vielen direct aan. Wat volgde was een chaotisch gevecht tussen de havenkisten, natte straatstenen en het donkere water van de docks. De cultleden vochten fel en georganiseerd. Tijdens het gevecht werd Primus hard geraakt door een pijl die zich diep in zijn schouder boorde, waarna hij instortte. Tiva wist hem echter weer overeind te helpen voordat het gevecht verloren kon gaan.
Terwijl de strijd voortduurde en de inhoud van de wagen nog onbekend bleef, hoorde Megaera aan de rand van haar gedachten opnieuw de stem van Zariel fluisteren.
“De cult opent mogelijk deuren die gesloten moeten blijven.”
“Neem wat je wil.”
Met de strijd nog in volle gang en steeds meer vragen zonder antwoord, werd één ding duidelijk
Wat in Greenest begon, reikte inmiddels veel verder dan een enkele aanval of een groep plunderaars. In Baldur’s Gate zelf bewogen krachten die verborgen wilden blijven en de groep was hen nu rechtstreeks in de weg gaan staan.
De strijd in de haven van Baldur’s Gate was nog niet voorbij. Tussen de kades, opslagkratten en aangemeerde schepen vocht de groep verder tegen de cultisten die een verdachte wagen bewaakten. Primus was zwaar gewond geraakt tijdens het gevecht en trok zich terug achter een stapel vaten terwijl de rest van de groep de strijd voortzette.
Te midden van de chaos verscheen onverwacht Borat. Zonder aarzeling sloot hij zich bij zijn metgezellen aan en hielp hij de overgebleven cultisten terug te dringen. Hoewel de groep uiteindelijk de overhand kreeg, kozen twee van de tegenstanders voor de vlucht. Eén van hen wist te ontsnappen op het paard dat voor de wagen gespannen stond, waarna beiden verdwenen in de wirwar van stegen en straten van Baldur’s Gate.
Met de directe dreiging geweken richtte de groep haar aandacht op de wagen zelf. Tussen de handelswaar ontdekten zij een afgesloten kist die duidelijk belangrijker leek dan de overige lading. Nadat de kist was geopend kwamen tientallen documenten, vrachtbrieven, routepapieren en leveringsschema’s tevoorschijn. Veel ervan leken op het eerste gezicht gewone handelsadministratie, maar de hoeveelheid verborgen markeringen, valse registraties en noordwaartse routes maakte duidelijk dat er meer speelde dan een normale handelsoperatie.
Hoewel de precieze betekenis van veel documenten onduidelijk bleef, werd één conclusie snel getrokken: wat de Cult of the Dragon ook aan het doen was, het netwerk strekte zich veel verder uit dan Baldur’s Gate alleen. De sporen liepen noordwaarts langs de Trade Way en de groep besloot dat hun onderzoek daar moest worden voortgezet.
Met de documenten veiliggesteld zochten de avonturiers opnieuw contact met Ackyn Selebon. De handelaar bevestigde dat hij de Cult of the Dragon al langere tijd wantrouwde. Hij deelde alle informatie waarover hij beschikte en legde uit dat hij vermoedde dat de gebeurtenissen in Baldur’s Gate slechts een klein onderdeel vormden van een veel grotere operatie. Hoewel hij niet alle antwoorden had waar de groep naar zocht, wist hij wel iemand die hen verder kon helpen.
Ackyn verwees hen door naar Achreny Ulyeltin, een ervaren wagenmeester en handelaar die regelmatig tussen Baldur’s Gate en het noorden reisde. De forse man, met zijn onverzorgde baard, luide stem en weinig verfijnde manieren, bleek vooral geïnteresseerd in praktische zaken. Toch was hij bereid extra bescherming in te huren voor zijn reis.
Borat en Kaelisha werden aangenomen als persoonlijke bewakers van Achreny en zouden daarvoor tien goudstukken per tenday ontvangen. Tiva vond werk als gewone karavaanwacht voor vijf goudstukken per tenday. Primus probeerde eveneens een positie te bemachtigen, maar Achreny zag daar weinig in. Desondanks besloot hij op eigen gelegenheid met de karavaan mee te reizen.
Terwijl de voorbereidingen werden afgerond en de laatste goederen werden geladen, werd steeds duidelijker dat Baldur’s Gate slechts één schakel vormde in een veel grotere keten van gebeurtenissen. De Cult of the Dragon bewoog zich niet langer verborgen aan de randen van de beschaving, maar gebruikte handelsroutes, tussenpersonen en complete transportnetwerken om haar doelen te bereiken
Kort daarna vertrok de karavaan uit Baldur’s Gate. De stad verdween langzaam achter hen terwijl de lange weg naar het noorden zich voor hen uitstrekte. Met nieuwe aanwijzingen, nieuwe reisgenoten en meer vragen dan antwoorden begon voor de groep een nieuw hoofdstuk van hun zoektocht.